Controle EPB-klimaatregeling Brussel

Slecht geïnstalleerde of slecht onderhouden klimaatregelingssystemen kunnen, net zoals verwarmingssystemen, zeer energieverslindend zijn.

Daarom heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voorzien in de EPB-reglementering voor klimaatregeling die voor alle klimaatregelingssystemen van meer dan 12 kW (koeling) de volgende elementen vastlegt:

  • een aantal EPB-eisen
  • een minimaal onderhoud
  • een periodieke controle
Veelgestelde vragen

Voor wie is de controle?

Deze reglementering is van toepassing op de klimaatregelingssystemen waarvan het effectief nominale vermogen hoger ligt dan 12 kW.

Dat effectief nominale vermogen is het totaal vermogen van de koelinstallaties bestaande uit het klimaatregelingssysteem en aangesloten op een gemeenschappelijk regelsysteem.

Wanneer controleren?

De klimaatregelingssystemen moeten periodiek gecontroleerd worden door een controleur die erkend is door Leefmilieu Brussel.

De eerste periodieke controle moet uitgevoerd zijn vóór 1 september 2013. De maximale termijn tussen twee opeenvolgende controles hangt af van het vermogen van het klimaatregelingssysteem zoals voorgesteld hieronder:

Effectief nominaal vermogen van het klimaatregelingssysteem van 12 tot 100 kW: maximale termijn 15 jaar
Effectief nominaal vermogen van het klimaatregelingssysteem groter dan 100 kW: maximale termijn 5 jaar

Na de installatie van een nieuw klimaatregelingssysteem of na een belangrijke wijziging moet de technische controle trouwens uitgevoerd worden voor de definitieve oplevering en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding.

Wat omvat de controle?

  • de beoordeling van de dimensionering van het klimaatregelingssysteem;
  • de controle van de parameters van het regelsysteem zoals de richttemperatuur en de werkingstijden;
  • de controle dat het systeem wordt onderhouden in overeenstemming met de ministeriële voorschriften ;
  • de controle op de naleving van de EPB-eisen ;
  • de aanbevelingen over verbeteringen en correcties die desgevallend aan het bestaande klimaatregelingssysteem moeten worden aangebracht en advies betreffende de vervanging van het systeem en over andere denkbare oplossingen.

Wat is de doelstelling?

Volgens de energiebalans 2008 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigen de klimaatregeling, de ventilatie en de koeling 8% van het elektriciteitsverbruik van de tertiaire sector. De aanwezigheid van klimaatregeling in tertiaire gebouwen bedraagt nagenoeg 50%, en dat percentage stijgt tot 80% wanneer enkel rekening wordt gehouden met privékantoren.

De EPB reglementering voor klimaatregeling moet leiden tot een vermindering met 5 tot 10% van het verbruik dat verbonden is met die technische installaties.